Een gebrek en/of overschot aan autonomie is niet het grootste probleem van leraren en hun schoolleiders en bestuurders. Door jarenlange bezuinigen op salarissen van docenten, hoge werkdruk en een imagoprobleem is er een enorm lerarentekort ontstaan. Hier trekt de sector zelf al jarenlang voor aan de bel. Hoewel er maatregelen getroffen worden vanuit de overheid en er weer meer pabo-studenten zijn, neemt het lerarentekort de komende jaren alleen maar toe. Volgens schattingen stijgt het tekort in het primair onderwijs naar ruim 4.000 fulltime leraren en directeuren in 2023/2024 (Inspectie van het onderwijs, 2019) en naar 11.000 in 2027 (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020).
In het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs is de situatie minder nijpend, maar ook daar zijn er tekorten in bepaalde vakgebieden, zoals wiskunde, Duits en informatica. Er wordt verwacht dat deze tekorten de komende jaren toenemen en dat, net zoals in het primair onderwijs, de leskwaliteit in het geding komt. Dat dit gebeurt, blijkt uit onderzoek van Investico. Door de tekorten in het voortgezet onderwijs krijgt 60% van de studenten al een baan aangeboden tijdens hun opleiding. Van de studenten die de baan, veelal uit financiële overwegingen, aannemen voelt 70% zich onvoldoende voorbereid op het docentschap. Ze zeggen pedagogische handvatten en goede begeleiding op school te missen. Vooral docenten die op het vmbo gaan lesgeven geven aan niet goed voorbereid te zijn op wat ze te wachten staat. Docenten voelen zich overvraagd en dat is terug te zien in de hoeveelheid nieuwe docenten die het voortgezet onderwijs binnen vijf jaar weer verlaat: maar liefst 29% (van der Pol & Tunali, 2021).
Het is duidelijk dat het lerarentekort een enorm probleem is. Zonder bevoegde leraren voor de klas kan er onmogelijk goed onderwijs gegeven worden. Daarbij is het lerarentekort niet gelijk verdeeld over scholen. Scholen met meer leerlingen met een lagere sociaaleconomische status en/of een niet-westerse migratieachtergrond worden het zwaarst getroffen. Deze scholen moeten vaker dan gemiddeld noodgedwongen maatregelen nemen om het lerarentekort op te lossen. Klassen worden opgesplitst, er staan onbevoegde docenten voor de klas en in het uiterst geval worden leerlingen naar huis gestuurd. Door het lerarentekort kunnen scholen de onderwijstijd en basiskwaliteit niet meer altijd garanderen en dit is funest voor de ontwikkeling van de leerlingen in kwestie (Inspectie van het Onderwijs, 2019). En dat terwijl juist dit de leerlingen zijn die het hardst kwalitatief goed onderwijs nodig hebben. Daarnaast is de werkdruk op deze scholen, juist door het al bestaande lerarentekort, hoger. Dit kan ervoor zorgen dat leraren (nog meer) overwerkt raken en besluiten te stoppen of van school te wisselen. Zo kom je in een vicieuze cirkel terecht waar je als school maar lastig uit kunt komen.
Wat blijkt uit al deze, zeer uiteenlopende, dynamieken binnen het systeem is dat het onderwijssysteem in zijn huidige vorm moeilijk de grote gelijkmaker kan zijn. Gelukkig zijn wij niet de enige die dit waarnemen. Ondanks dat er duidelijk veel werk aan de winkel is, lijkt het onderwijs ook qua systeemveranderingen in beweging, en dat is natuurlijk alleen maar positief.
Gelukkig is er ook binnen dit systeem veel te bereiken. Om onderwijskrachten zoals jij daar meer handvatten bij te bieden, is deze kennisbank ontwikkeld. Goed dat je er bent.